De gitaarheld zal nooit sterven

Zoetermeer, 12 april 2015


De feeling, de groove en de klanken die je doen opstijgen. Niets is zo fijn als een getalenteerde leadgitarist op de top van zijn kunnen. Stonden er maar meer van deze pioniers op. Meer Brian May, meer Buddy Guy, meer Jimi Hendrix. Waar zijn ze gebleven? Een heldere geschiedenis van een van de populairste rebellen ooit: de gitaarheld. Het biedt hoop.

Jimmi Hendrix in 1968, met zijn Fender Stratocaster. Hendrix bespeelde zijn gitaar omgekeerd en sloeg hem aan met zijn linker hand.

Hoeveel grote gitaarbands kom je nog tegen, als je vandaag de dag de hitlijsten afstruint? Er was een tijd dat blues, rock ’n roll en glamrock hoogtij vierden en aan het roer stond altijd een intens coole gitarist. Hij (of zij in sommige gevallen) was altijd minstens zo indrukwekkend als de zanger – laat staan de andere bandleden. De gitaarheld was een inspirator die, zo lijkt, met al zijn solo’s uit de popmuziek is verbannen. Natuurlijk leeft Angus ‘opa’ Young nog en toeren The Rolling Stones de wereld rond. En ja, er is een nieuwe generatie fantastische gitaristen aangespoeld, met John Mayer, Gary Clark Junior en Matthew Bellamy voorop. Maar een gitaarconcert van Slash is zeldzaam en duur, Gary Moore is dood, Ritchie Blackmore heeft zich bekeerd tot akoestische Victoriaanse muziek (geen grapje) en een nieuwe innovator zoals Jimi Hendrix is er gewoon nog niet. Gelukkig hebben we de herinneringen op zwart vinyl. Toch zou het zo fijn zijn als snoeiende, loeiende en scheurende gitaren OK zouden worden op de radio en de gitaarheld terugkeert nu we hem zo hard nodig hebben, net als toen de elektrische gitaar voor het eerst het licht zag.

Sinds mensenheugenismusicians
Wat een einde heeft, heeft ook een begin. Wetenschappers nemen aan dat de oermensen al muziek maakten met hun jachtboog. De oudst gevonden ‘gitaar’ komt uit het oude Egypte en is zo’n 2800 jaar geleden gebouwd. Hij had de vorm van een harp en zowel mannen als vrouwen hebben hem in handen gehad. Harpen, luiten, banjars, citars en andere snaarinstrumenten werden over heel de wereld bespeeld, van Mesopotamië tot in Afrika tot in Scandinavië. De luit heeft ook even door het Romeinse rijk gespookt, maar werd pas weer opgepakt door een bekende middeleeuwse figuur. De luit was namelijk uitermate geschikt voor de voorloper van de singer-songwriter. Niet stoppen met lezen! ‘Troubadour’ klinkt misschien niet zo sexy, maar het is wel de muzikant die de gitaar (toen nog de luit) in leven heeft gehouden tijdens de duistere periode waarin niets mocht: de middeleeuwen. Sterker nog: het kon een brutaal mannetje zijn, een rebelletje, net als de moderne gitaarheld. Muziekhistoricus Huub van ’t Hek (67), uitermate geïnteresseerd in de historie van de gitaar, beaamt dat muzikanten in de middeleeuwen net zo romantisch en rebels konden zijn als de gitaarheld uit de twintigste eeuw. ,,Een snaarinstrument was bedoeld om de vrouw mee te bezingen”, geeft van ’t Hek als voorbeeld. ,,De gitaar lijkt niet voor niets op een vrouw. Kijk maar naar de vorm van de meeste snaarinstrumenten die konden worden ‘bespeeld.’ De muziek was een soort geheimtaal, want de kerk verbood al het nadenken over seks en het menselijk lichaam.” Van ’t Hek legt daarmee een directe link tussen de gitaarheld en de troubadour, die beiden inspiratie putten uit de vrouw. ,,Neem als voorbeeld een strijkinstrument. Een vrouw moet worden geaaid. Je bespeelt het instrument als een vent die normaal gesproken met taal en gevoel voor humor een vrouw voor zich probeert te winnen.”

(Beluister John Dowland op Soundcloud. Wanneer hij niet laadt: rechter muisknop, opnieuw laden)

De luit als hoogtepunt
Zijn praktische vorm en grootte maakt de luit tot een van de populairste instrumenten van de middeleeuwen. Sprake van een band met een leadgitarist is er dan alleen niet. ,,Muzikanten speelden wel in groepjes, maar aan de middeleeuwse hoven had je geen orkestjes. Tot in de 18e eeuw was er een stalknecht die ook een instrument kon bespelen”, aldus Van ’t Hek. ,,Je had ook nog helemaal de materialen niet. Het waren rare instrumentjes en het geluid was niet om aan te horen!” Toch gaan in Engeland stadswachters, zogenaamde ‘waits’, moderne rockbands vóór, door één keer peer week en op speciale gelegenheden als ‘band’ het volk te vermaken. De troubadour die in verschillende culturen zijn rol heeft (in Duitsland ‘minnezanger’, in Noord-Frankrijk ‘trouvère’, in Wales ‘bard’ en in Scandinavië ‘skald’), is zowel bij vorsten als bij het volk heel populair. Sommige troubadours leven als een vorst (zoals John Dowland) en sommige vorsten (Lodewijk XIV) kunnen zelf een aardig partijtje ‘gitaar’ spelen, ook al staat bijvoorbeeld de barokgitaar als ‘volksinstrument’ maar in laag aanzien.
Deels omdat instrumenten nog niet zo kek klinken, zijn woorden het belangrijkst vóórdat klassieke muziek groot wordt; het gaat om de poëzie die van mond tot mond wordt overgedragen. In de 18e eeuw wordt wel klassieke snaarmuziek geschreven, bijvoorbeeld voor de luit en door grote namen als Antonio Vivaldi en Robert de Visée.

Wederopstand
Hoe populair troubadour en instrument ook zijn geworden (en impopulair soms bij de kerk): op een bepaald moment verliest de gitaar zijn plek op het grote podium. Nadat de gitaar in 1810 zijn eindvorm als Spaanse gitaar heeft gekregen (maar dan met snaren van varkensdarmen; nylon wordt pas in 1935 uitgevonden), wordt de gitaar al niet meer gezien als klassiek instrument. Piano, blazers, strijkers en andere snaarinstrumenten veroveren zijn plek. De klassieke gitaar krijgt de status van een ordinair volksinstrument.
De gitaar heeft behoefte aan nieuwe helden en die komen aan het begin van de 20ste eeuw. Zowel in de klassieke muziek als in de ‘popmuziek’ krijgt de gitaar weer aanzien. Zigeunergitarist Django Reinhardt (1910-1953) maakt van de gitaar een jazzinstrument (jazz werd met banjo’s gespeeld) en de Spaanse klassieke gitarist Andrés Segovia (1893-1987) brengt de klassieke gitaar in volle glorie terug naar het grote klassieke podium. Segovia wordt de grote inspirator van latere klassieke gitaristen, zoals Julian Bream, John Williams, Narciso Yepes en de Romero-familie, die allen werk van grote componisten spelen, van Bach tot Sor. Zowel Reinhardt als Segovia zijn daarom grote, niet te vergeten gitaarhelden.

Het moet luider
Net wanneer Reinhardt in 1931 herstellende is van een fikse brandwondblessure, wordt in de Amerika de eerste elektrische gitaar gebouwd. De reden voor deze uitvinding: de gitaar wordt in een band overstemd door andere instrumenten en heeft versterking nodig. De uitvinder van de elektrische gitaar is de Zwitser Adolph Rickenbauer, die samen met een paar gespecialiseerde knutselaars, ‘de koekenpan’ bouwt, van hout uit de schutting achter zijn gitaarfabriek. Het is een primitieve houten klankkast, met daarin magnetische spoelen, die de trillingen van de stalen snaren kunnen omzetten in een elektrisch signaal. Nog steeds is dat het principe van de elektrische gitaar.
Eerst gebruiken hawaïbands de elektrisch versterkte gitaar. Hij fungeert uitstekend als pedalsteelinstrument op de schoot van de muzikant, die met een metalenbuisje over de snaren strijkt. Dat klinkt heel relaxed, maar wel saai. De brave hawaïmuziek is erg populair in het Amerika van de jaren twintig en -dertig en zet de elektrische gitaar min of meer op de kaart als een braaf en vriendelijk instrument.

Maar dan staat de eerste elektrische gitaarheld op: de afro-Amerikaanse Charlie Christian koopt in 1936 de eerste elektrische Gibson en geeft jazz daarmee een vleugje rock ’n roll. Vanaf dat moment wordt de elektrische gitaar doorontwikkeld tot wat hij nu is. Orville Gibson, Lester William ‘Les Paul’ Polsfuss en Clarence Fender zijn de belangrijkste gitaarbouwers. Zij maken de open klankkast massief, zodat het geluid makkelijker in toom te houden is. Geleidelijk stappen de meeste leadgitaristen in de jaren vijftig over op gitaren met massieve body’s. Gitaarheld Chuck Berry, een grote inspiratiebron voor bijna alle grote gitaristen die volgen, speelt op een van de eerste massieve Gibsons en maakt het merk groot en bekend bij het grote publiek. Vervolgens verandert er weinig aan de gitaar, maar veel in de muziek. Fender ondergaat in 1965 nog zijn belangrijkste metamorfose met de ‘Stratocaster’, die nog steeds razend populair is bij gitaristen. Jimi Hendrix koopt er één; het feest kan beginnen.

Belangrijkste ontdekking
Na Charlie Christian, Les Paul en Chuck Berry volgen tientallen gitaargrootheden, zoals BB King, Eric Clapton, Jimmy Page en Jeff Beck. Waar de één de blues verheft tot hoog niveau, de ander nieuwe technieken en genres uitvindt of groot maakt, doet Jimi Hendrix een van de belangrijkste uitvindingen op pioniersgebied. Vóór Hendrix was de gitaar ‘slechts’ een versterkt instrument. Wanneer je het geluid te hard zet, vervormt, kraakt en schuurt het. Dat heet ‘feedback’, een ongewenst effect waar gitaristen weinig mee konden. Maar Jimi Hendrix doet halverwege de jaren zestig iets heel raars en tegendraads: hij maakt muziek met de lelijke feedbackklanken uit zijn versterker. Hij speelt blues, maar het wordt psychedelisch. Het is een van de grootste gebeurtenissen uit de geschiedenis van de elektrische gitaar, iets wat nooit zal worden geëvenaard. Zelfs niet wanneer Edward van Halen de razendsnelle tappingtechniek eind jaren zeventig grootmaakt en soleren aan het begin van de jaren negentig uit de mode raakt. Dat laatste is het begin van wat het einde lijkt.
In ieder geval mogen we alle gitaarpioniers ontzettend bedanken voor al de pracht die ze ons hebben gegeven. Er is dan misschien geen nieuwe Angus Young, Jimi Hendrix, BB King of Eric Clapton opgestaan: het is slechts een kwestie van tijd. De gitaar zal altijd wederkeren naar het grote podium; na Egypte, na Rome, na de industriële revolutie en het belangrijkste van alles: na de vreselijke hedendaagse popmuziek.

Gary Clark jr won in 2014 een Blues Award voor ‘Best instrumentalist.’ Rolling Stone Magazine noemt Clark jr de nieuwe Jimi Hendrix. Zijn laatste album ‘Black and blu’ uit 2012 piekte in Nederland naar de zesde plaats in de ‘Album Top 100.’ 


Dit artikel is geschreven binnen het project ‘Vrije Ruimte’ (april 2015), van Fontys Hogeschool voor de Journalistiek Tilburg. Het is nog niet eerder gepubliceerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s